ERE-certificaten voor Charge Point Operators: zet elke kWh om in terugkerende inkomsten
In het kort:
- ERE-certificaten maken van elke geladen kWh verhandelbare CO₂-credits met echte geldwaarde.
- Thuisladers, zakelijke locaties en publieke laadpunten komen allemaal in aanmerking.
- Particulieren, fleets en CPO's kunnen allemaal deelnemen.
- Huidige marktwaardeschatting: ~€0,10–€0,30 per kWh.
- Registratie is volledig geautomatiseerd: geen NEa-registratie vereist voor eindgebruikers.
- Wij verzorgen het gehele proces, geïntegreerd in jouw bestaande platform.
Hoeveel is een kilowattuur eigenlijk waard? Meer dan je denkt. Vanaf 2026 genereert elke kWh die wordt opgeladen bij een kwalificerend laadpunt in Nederland een verhandelbaar CO₂-krediet – en iemand gaat daar voor betaald worden. Het ERE-systeem vertaalt de emissiebesparing van elektrisch laden in echte, terugkerende inkomsten. Voor CPO's is het niet alleen een nieuwe inkomstenstroom, maar ook een dienst waar je klanten actief naar op zoek gaan.
Wat zijn ERE-certificaten?
Beschouw ERE-certificaten – Emissie Reductie Eenheden – als CO₂-credits voor elektrisch laden. Elke keer dat iemand inplugt en laadt, vermijdt diegene de uitstoot die een benzine- of dieselauto zou hebben veroorzaakt. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) meet die besparing, legt deze vast als een verhandelbaar ERE-certificaat en brengt het op een markt waar brandstofbedrijven zoals Shell en BP wettelijk verplicht zijn ze aan te kopen om hun eigen uitstoot te compenseren. Het resultaat is structurele, door de overheid opgelegde vraag. En degene die eigenaar is van de laadsessiedata, wordt betaald.
Het resultaat is een structurele, door de overheid opgelegde vraag. En wie de gegevens over de oplaadsessies bezit, wordt betaald.
Wie kan verdienen aan ERE-certificaten?
Het korte antwoord: vrijwel iedereen met een kwalificerend laadpunt.
Het systeem is opgebouwd rond drie groepen. Particulieren en mkb'ers met een thuislader die is aangesloten op hun eigen energiecontract vallen in de eerste categorie – mits hun lader een MID-gecertificeerde meter heeft en hun aansluiting onder de 75.000 kWh per jaar blijft. Grotere kantoren, depots en fleetlocaties vallen in de tweede groep, met iets uitgebreidere vereisten rondom hernieuwbare energiebronnen. En dan zijn er CPO's en publieke laadnetwerken, waarbij hele netwerken in aanmerking komen, inclusief bezoekersessies op klantlocaties.
ERE-deelname is niet alleen een voordeel dat je voor jezelf kunt benutten, maar ook een toegevoegde dienst die je kunt aanbieden aan elke werkgever, fleetmanager en facilitair beheerder in jouw netwerk.
Wat is de prijs van een ERE-certificaat?
Op dit moment ongeveer €0,30 per certificaat – wat neerkomt op zo'n €0,10 per geladen kWh. De prijs beweegt mee met de markt, voornamelijk bepaald door biodieselprijzen en het aantal deelnemers aan het systeem. Meer deelnemende huishoudens kunnen de prijs op termijn licht onder druk zetten, maar de vraagkant – brandstofbedrijven met wettelijke verplichtingen – verdwijnt nergens.
Om het concreet te maken: een werkgever met medewerkers die thuis laden, kan rekenen op honderden euro's per medewerker per jaar. Vermenigvuldig dat over een CPO-netwerk en de cijfers worden al snel erg interessant.
Hoe ziet dit er in de praktijk uit?
Neem een CPO-netwerk dat zo'n 350.000 kWh per maand verwerkt – ongeveer 4 miljoen kWh per jaar. Ervan uitgaande dat 20% van de laadpunten een MID-gecertificeerde meter heeft en gebruikmakend van de huidige ERE-marktbandbreedte van €0,10–€0,30 per kWh, levert dat €80.000–€240.000 aan gecreëerde waarde per jaar op.
Een groot deel daarvan vloeit rechtstreeks naar de eigenaren van de laadpunten – de werkgevers, huiseigenaren en bedrijven in uw netwerk. Het resterende bedrag gaat naar de dienstverleningsketen. Voor een CPO betekent dit een nieuwe bron van terugkerende inkomsten die volledig op de achtergrond verloopt, zonder dat dit extra operationele complexiteit met zich meebrengt.
Hoe werkt ERE-registratie?
Het goede nieuws is dat eindgebruikers niet rechtstreeks met de NEa hoeven te communiceren. Een gecertificeerde registratiedienstverlener – een inboekdienstverlener – regelt alles: autorisatie, dataverzameling, certificaathandel en uitbetalingen. Vanuit het perspectief van de eindgebruiker is het een kort onboardingproces: geef toestemming, deel je EAN-code als bewijs van aansluitingseigendom, en laat je lader de rest doen.
Voor CPO's wordt de ERE-flow via API geïntegreerd in uw bestaande CPMS. Geen maatwerk, geen handmatige administratie, geen wrijving voor uw klanten.
Één belangrijke regel om rekening mee te houden: volgens de regels van de NEa kunnen eindgebruikers slechts bij één inboekdienstverlener tegelijk ingeschreven staan. Als een deelnemer zijn inschrijving gedurende het jaar opzegt én de inboekdienstverlener heeft de data al bij de NEa ingeboekt, kan diezelfde deelnemer zich dat jaar niet meer inschrijven bij een andere partij. Omdat de regelgeving nog in ontwikkeling is, kan dit verder worden uitgewerkt of gewijzigd.
Opzegging verloopt altijd schriftelijk. Wie verhuist en geen eigenaar meer is van de EAN-aansluiting, kan de service op dat adres niet voortzetten — maar het kan mogelijk zijn de service op een nieuw adres opnieuw te starten.

Welke laadpunten komen in aanmerking voor ERE-certificaten?
De harde vereiste is een lader met een ingebouwde MID-gecertificeerde energiemeter. Zonder die meter kunnen laadsessies simpelweg niet worden geteld. De meeste laders op zakelijke locaties hebben MID-certificering als standaard – dit staat doorgaans vermeld in de productdocumentatie van de fabrikant. Voor zakelijke locaties met oudere of niet-gecertificeerde infrastructuur kan het in sommige gevallen nog mogelijk zijn om een MID-energiemeter achter bestaande laadpunten te plaatsen, mits het energieverbruik van de locatie boven de 75.000 kWh uitkomt. Als je niet zeker weet of de locaties van je klanten in aanmerking komen, is het de moeite waard dit na te gaan voordat het systeem volledig van kracht wordt.
Wat betekent het ERE-systeem voor werkgevers en fleetmanagers?
Medewerkers die thuis laden zijn de wettelijke eigenaren van hun thuisaansluiting – wat betekent dat zij in principe recht hebben op de ERE-inkomsten die daarmee worden gegenereerd, ook als de werkgever betaalt voor de auto en de elektriciteit. Zonder duidelijke afspraken is dat een grijs gebied waar niemand op zit te wachten.
De slimme zet is om er tijdig op in te spelen. Werkgevers die vroegtijdig afspraken vastleggen met medewerkers en ERE-uitbetalingen verwerken via geïntegreerde vergoedingsprocessen, bouwen een transparant model dat voor iedereen werkt. Bovendien verandert wat een lastig gesprek had kunnen zijn in een concreet arbeidsvoorwaardelijk voordeel.
Een specifieke situatie om rekening mee te houden: wanneer een medewerker in een leaseauto rijdt, de werkgever de thuislaadkosten vergoedt en de medewerker eigenaar is van de EAN-aansluiting, is het nog niet volledig uitgekristalliseerd wie recht heeft op de ERE-opbrengsten. In sommige gevallen kan de ERE-vergoeding worden gezien als extra inkomen voor de medewerker.
Werkgevers die overwegen ERE-opbrengsten te verrekenen met de thuislaadvergoeding, moeten er rekening mee houden dat de definitieve ERE-uitbetaling voor een bepaald jaar pas achteraf bekend is, wat real-time verrekening complex maakt. De beste aanpak is om vroegtijdig duidelijke afspraken te maken tussen werkgever en werknemer en advies in te winnen over de regeling die het beste bij jullie situatie past. Wij denken hier graag in mee.
Een voorbeeld: als werkgever kun je in je lease- of mobiliteitsbeleid vastleggen dat de ERE-opbrengsten voor leaseauto's toekomen aan de werkgever. Wij kunnen faciliteren dat deze opbrengsten rechtstreeks aan de werkgever worden uitbetaald, mits dit goed is gedocumenteerd tussen werknemer en werkgever.
Wil je medewerkers juist stimuleren om zoveel mogelijk thuis te laden, dan kunnen wij ook een verdeling op basis van een vooraf afgesproken verdeelsleutel faciliteren.
Hoe werkt het ERE-systeem voor VvE's?
Bij een VvE is de centrale vraag wie eigenaar is van de EAN-aansluiting — en dat is in de meeste gevallen de VvE zelf. Dit betekent dat de VvE de ERE-vergoeding ontvangt en verantwoordelijk is voor de verdeling ervan onder de bewoners. Omdat de VvE de energiekosten doorgaans doorberekent aan de individuele bewoners, ligt het voor de hand dat de ERE-opbrengsten uiteindelijk ook bij hen terechtkomen. Bij meerdere laadpunten kunnen wij in de rapportage per laadpunt inzicht geven in de opbrengsten, zodat een transparante interne verdeling mogelijk is.
Wat als een locatie zonnepanelen of eigen batterijopslag heeft?
Wanneer een laadlocatie eigen zonne-energie opwekt of gebruikmaakt van batterijopslag, geldt een andere berekeningssystematiek. In dat geval is de kWh-naar-ERE-conversie gebaseerd op het werkelijke aandeel duurzame energie en de gelijktijdigheid van opwek en verbruik — in plaats van een directe kWh-telling. Deze aanpak brengt extra administratieve vereisten met zich mee en is alleen mogelijk wanneer het verbruik van de locatie boven de 75.000 kWh per jaar uitkomt. Als de locaties van jouw klanten zonnepanelen of batterijopslag hebben, is het verstandig dit vroegtijdig te melden bij uw CPO, zodat de juiste systematiek kan worden toegepast.
Wanneer moeten ERE-certificaten worden aangevraagd?
ERE-certificaten moeten uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op de laadactiviteit worden aangevraagd — certificaten voor 2026 moeten dus vóór 1 april 2027 zijn ingediend. Het moment van inschrijving binnen het jaar heeft geen invloed op de aanspraak: zolang de benodigde data beschikbaar is, kunnen certificaten voor het volledige jaar worden aangevraagd, ongeacht wanneer de onboarding heeft plaatsgevonden.
Gelden er auditverplichtingen?
Voor de meeste deelnemers — waaronder VvE's, particulieren en standaard zakelijke locaties — is geen jaarlijkse audit vereist. Een audit is alleen verplicht wanneer het jaarlijkse verbruik boven de 75.000 kWh uitkomt én eigen zonne-energie wordt meegenomen in de berekening. In dat geval moet met technische documentatie worden aangetoond dat de opgewekte zonnestroom direct is gebruikt voor het laden van voertuigen. Voor kleinere gebruikers ligt de auditplicht bij de inboekdienstverlener zelf, niet bij de eindgebruiker. Dit betekent dat de inboekdienstverlener in dat geval aanvullend bewijs kan opvragen.
Wat is de huidige stand van zaken rondom de ERE-wetgeving?
De wettelijke basis ligt er. De Tweede Kamer heeft de wijziging van HBE naar ERE in oktober 2025 goedgekeurd, en de Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel in maart 2026. De resterende details – praktische regels, technische vereisten en auditverpichtingen – worden uitgewerkt in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Er zijn nog zaken in beweging, maar de koers is bepaald. Operators die zich nu voorbereiden, hebben een voorsprong wanneer het volledige systeem van start gaat.
Waarom ERE via je bestaande laadplatform afhandelen?
Omdat het alternatief fragmentatie is – klanten die elders terechtkomen voor een dienst die van nature binnen jouw platform thuishoort. Losstaande ERE-aanbieders bestaan, maar kennen vaak echte beperkingen: geen CPMS-integratie, maatwerk data-integraties, wankele financiële fundamenten, geen ervaring met gesplitste betalingen, en commissietarieven die kunnen oplopen tot 30%. Bovendien dragen zulke oplossingen een groot financieel risico: als de dataverzameling en bewijsvoering niet kloppen, heb je geen toegang tot ERE's.
Last Mile Solutions een ERE-oplossing als een volledig geïntegreerde dienst –geautomatiseerde onboarding, API-gebaseerde data-uitwisseling, verwerking van gesplitste betalingen, opslag van MID-bewijsdocumentatie en transparante uitbetalingen. Jouw klanten blijven in jouw ecosysteem. Hun eindgebruikers krijgen een naadloze ervaring. En elke kWh verdient wat hij moet verdienen.
Klaar om ERE toe te voegen aan uw dienstenaanbod? Laten we eens praten.